19-06-04

Poppies & pain

In de lage namiddagzon slenterde ik met mijn corpulente, ongehoorzame hond in het vers gezaaide buurtgazon, terwijl ik de strakblauwe en groene tinten op me liet inwerken. Plots werd ik omvergelopen door een tienjarige die zwaaide met een goedkoop ogend bruin speelgoedgeweer en enthousiast schreeuwde: “yeah … yeah ... ik ben ontsnapt uit de gevangenis … woehaa!” en ondertussen overal op nepvuurde: “baf!baf!iedereen dood! Yeah!”. Een zenuwachtig lachje ontsnapte me omdat het niet alleen grappig maar ook een beetje vreemd leek. Ik veronderstel dat het bij de kids cool is om misdadiger te spelen. Mogelijk schuilt er heel veel onderdrukte agressie in die jonge mannen, frustraties waar ze niet direct verbale uiting aan kunnen geven. Misschien vinden ze het gewoonweg leuk…

 

Ik vraag me af wie hun voorbeelden zijn nu. Ik vrees een beetje dat er geen helden meer bestaan, mede door de overdreven stroom aan informatie die de media uitbraken. Geen mythische figuren meer, want wanneer de focus komt op de mens achter de grote prestatie blijft er meestal niet veel meer over dan … een simpel mens, met alle gebreken van dien. Daaruit kan je natuurlijk onthouden dat er in elke mens een kiem tot iets groots ligt. Soms overstijgen de daden de mens, en soms de mens zijn daden. Fenomenale sporters, de eerste astronauten, de constant innoverende wetenschappers en chirurgen, grote politieke leiders en vele anderen met hun indrukwekkende palmares behoren duidelijk tot de eerste groep. Veel ontzagwekkende daden heb ik tot dusver niet gesteld, dus ik neem aan tot de tweede groep te behoren, dat is ieders geboorterecht. Toch hebben de mensen nood aan helden. In het verre Rusland kreeg ooit een hond een standbeeld omdat hij een toonbeeld van loyaliteit was. Elke morgen vergezelde hij zijn baasje naar het station waar die de trein naar zijn werk nam. Elke avond kwam de hond hem terug tegemoet naar het station en wandelden ze gezamelijk huiswaarts. Op een dag stierf de man heel onverwachts op zijn werk en bleef de hond dus vruchteloos staan wachten. Hier drijft het verhaal uiteen in de opties dat de hond weken tot maanden lang elke dag trouw bleef wachten aan het station, ondanks de goedbedoelde pogingen van mensen om hem weg te lokken. Sympathisanten brachten eten mee. Wat er uiteindelijk met dit koppig, onschatbaar dier gebeurd is kan ik je helaas niet vertellen. Het is al vele jaren terug dat ik dit verhaal hoorde, dus het is niet zeer feitelijk, daarvoor is mijn geheugen te zintuigelijk en te weinig op harde feiten geprogrammeerd.

 

Om eventjes terug te komen op onze jonge bajesklant, ik kan me niet ontdoen van de fysieke weerzin die bij me opkomt als ik kleine kinderen zie spelen met (speelgoed)wapens. Simpelweg “fout” of gewoonweg de protestkrampen van een overgevoelige tut, wie zal het zeggen. Waar trek je de lijn met kinderen en geweld? Kinderen van afschuwelijk jonge leeftijd worden opgeleid en gebruikt in verzetslegers in verre, warme landen waar humaniteit een belachelijk exotisch recept lijkt en onschuld roemloos vertrappeld wordt als onkruid.

 

Hmm. Een beetje zwaar op de hand op een dergelijke mooie dag.

 

Daarom nog een applausje voor die leuke, felgekleurde poppies (ook wel klaprozen genoemd alleen klinkt dat minder lekker) die je overal aantreft in de bermen. Overbekend door het oorlogsgedicht “In Flanders fields” door John McCrae. (dju, opnieuw wapens!)

Knalrood, onstuimig wuivend en omgeven door een aura van onverzettelijke vrijheid. Voor mij symboliseren de poppies steeds wederkerend optimisme. Vandaar: weg met de speelgoedwapens en leve de poppies!

 

 

 



20:55 Gepost door Goddess | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.