05-05-04

Het lot van een mier

Huishoudelijk werk heeft dan al de naam saai en monotoon te zijn, maar op mij heeft het een wonderlijk effect dat ik in filosofische overpeinzingen verval. Over het lot en het toeval en hoe deze onlosmakelijk verweven zijn.
 
Stel je voor, ik: vele malen groter dan de gemiddelde kruiper op de grond, ben aan het stofzuigen. Een maandag, rond 10u45. In de hoek zit een miezerig spinnewebje en een nauwelijks merkbare spin. Alleen heb ik dit spinnetje wel degelijk opgemerkt. Ook lopen er drie ijverige mieren rond in diezelfde hoek. Omdat mijn teerhartigheid zich verregaande uitstrekt, zelfs tot in het insectenrijk, probeer ik zo te stofzuigen dat ik geen beestjes dood. Absurd? Misschien. Maar door wat te lustig te zwaaien met de slang gebeurt het ondenkbare! De spin is weg. Floeps naar een donker, stoffig land. Eigenlijk kan ik daar goed mee leven. Tja. Ook mier nummer één moet er aan geloven. Dit lijkt nog makkelijker. Nummer twee en drie trippelen weg en verdwijnen. In de wereld van deze beestjes ben ik een soort goddelijkheid: onbegaan, onbewogen, objectief en vooral groter dan groot. Wordt de spin gemist? Verandert er iets structureels in de kosmos van de mieren als er weer ééntje niet komt opdagen? Wie zal het zeggen? Zo denk ik dan dat als er iets groters bestaat dan ons, een godheid, een lot, dit ons slechts ziet als mieren op een hoop, blind en vooral onwetend voor het drama. Wij vragen ons vertwijfeld af: waarom ik? waarom nu? waaraan heb ik dit verdiend? is dit mijn lot? Een lot? Jazeker. Maar dan niet een berekend, belonend of bestraffend lot. Zoals ook die spin en die mier dit lot ontlopen konden hebben door aanwezig te zijn om een andere dag, of uur. Lot = tijd + toeval (= X-factor). Een dag waarop ik niet zou stofzuigen. Of misschien ze wel allemaal opzuigen. Een koel, ongenaakbaar lot dat mensen ziet als het equivalent van mieren en niet als de aandoenlijke wezens die zo overtuigd zijn van hun eigen belangrijkheid in het geheel. Gelukkig zijn wij er nog om elkaar te missen, te bejubelen en te betreuren.
 
En zo denkt een mens dan als hij moet stofzuigen. Wie weet waar ik mee opkom als ik morgen moet afwassen? Vergeet niet dat Einstein zijn belangrijkste theorieën ontdekte in dromen en jazeker: op het toilet. Hij geloofde dan wel rotsvast in God. Voor mij is god dan alles wat leeft en een beetje meer. De energie die van deze aarde komt, het goede en slechte en het mysterieuze ertussen. Maar geen über-man die zich om ons elk afzonderlijk bekommert. Lijkt me straf. Maar ja, misschien denk ik er morgen tijdens de afwas wel anders over ... ;-)

10:45 Gepost door Goddess | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.